Plein 1953 heeft hulp nodig van overheid
Dit artikel is geplaatst op Jun 3, 2005

  
 
Kor Kegel schrijft over het bezoek:

De volhouders in Pendrecht’s winkelcentrum Plein 1953 rekenen nu vast op een positieve ommekeer. “ Ik blijf,” zei polier Eimert Hazenbroek gisteren, “maar dan moeten jullie van alle kanten meeduwen.”
Jullie, dat waren tien leden van Provinciale Staten van Zuid-Holland en bestuurders van de deelgemeente Charlois. Ze kwamen naar de ondernemers luisteren, omdat de provincie mogelijkheden zoekt om wijkeconomie te stimuleren.
Poelier ’t Haasje zit er al 22 jaar en heeft de neerwaartse spiraal op Plein 1953 ten volle meegemaakt. “ Ik heb mijn assortiment moeten aanpassen om overeind te blijven,” zegt Hazenbroek. “Maar ik wil verder. Ik heb nu eindelijk hoop dat het goed komt.”
Pleinmanager Freek Homan wil nieuwe middenstanders voor het winkelhart van Pendrecht interesseren. Doordat de Pleinontwikkelingsmaatschappij (POM) nu zestig procent van het vastgoed in handen heeft, kunnen winkelruimten tegen gunstige prijzen en op maat worden aangeboden. Homan heeft al eerder de Witte de Withstraat helpen oppeppen. In Pendrecht ziet hij ook mogelijkheden voor vooruitgang.

Parkeerbeleid

“Maar dan moet de gemeente ook wat aan het parkeerbeleid doen”, vindt René de Jong van Sportline. Ook deze zaak op Plein 1953 moest zich op een ander publiek richten omdat de koopkracht in Pendrecht in tien jaar tijd halveerde. Vroeger was het een echte wijksportzaak, Sportline trekt nu klanten uit de regio, van Hoek van Holland tot Ridderkerk.
Het stoort De Jong dat de consument in Pendrecht parkeergeld moet betalen, terwijl ze in Zuidwijk en IJsselmonde gratis terecht kunnen. Lionel Martijn, dagelijks bestuurder in Charlois: “Het parkeerbeleid moet slimmer. Misschien moet je dat niet aan afzonderlijke deelgemeenten overlaten.”
Daar spitsten de provinciebestuurders de oren: het leek een oproep aan de hogere overheid om er wat aan te doen. Martijn's collega Schrijer, zei voorstander te zijn van “de eerste twaalf minuten gratis parkeren, overal waar er winkels zijn.” Hij vindt het onzin dat automobilisten voor een boodschapje de meter moeten vullen.